"Het is niet voorzien om een deel van de 1.200 kilogram (laag verrijkt uranium) naar de andere partij te sturen om brandstof te krijgen. Daar is geen sprake van, of het nu op geleidelijke manier is of in een keer", aldus Alaeddine Boroujerdi. "Momenteel zijn onze experts aan het kijken hoe de brandstof verkregen kan worden om het probleem op te lossen." De commissievoorzitter voegde eraan toe dat de Iraanse vertegenwoordiger bij het Internationale Atoomagentschap onderhandelt om een oplossing te vinden. Op 21 oktober legde het Atoomagentschap in het kader van een vergadering in Wenen tussen Iran, Frankrijk, Rusland en de Verenigde Staten een ontwerp van akkoord op tafel waardoor Teheran zich verzekerd zou zien van de levering van nucleaire brandstof voor zijn onderzoeksreactor. Het akkoord stipuleerde wel dat Iran het merendeel van zijn laag verrijkt uranium naar Rusland moest sturen voor bijkomende verrijking. Frankrijk zou vervolgens de omzetting naar nucleaire brandstof voor zijn rekening nemen. Moskou, Parijs en Washington gingen snel akkoord, in tegenstelling tot Teheran. (VRW)